Groentips & Groeninfo

Anchusa (Ossentong)

Door: Jacques van Gerven

Binnen de plantenfamilie Boraginaceae (Ruwbladigen) vinden we het geslacht Anchusa ofwel Ossentong.
Het geslacht Anchusa omvat een veertigtal soorten die inheems zijn  in Europa, Noord- en Zuid-Afrika en West Azië.
Zoals de meeste Boraginaceae zijn het allemaal ruw behaarde éénjarige of vaste planten.

Van de eenjarige soorten is de Kaapse vergeet-me-niet, Anchusa capensis een soort die af en toe in tuinen wordt gebruikt. Het ruw behaarde blad is ovaal-lancetvormig. De blauwe bloemen hebben een subtiele rode rand.
Anchusa capensis

Van de (soms kortlevende) vaste planten worden er en aantal in tuinen toegepast. Zo is A. officinalis, de “gewone” ossentong een vaste plant in heemtuinen maar ook in tuinen voor heelkruiden. “Officinalis” duidt immers op een medicinale toepassing van de plant. Van het blad van A. officinalis kan een zalf worden gemaakt voor de behandeling van o.m. schaafwondjes. In de homeopathie wordt de plant ook gebruikt voor de behandeling van een aantal inwendige aandoeningen.
Anchusa officinalis komt op een paar plaatsen in Nederland nog in het wild voor, maar behoort hier tot de bedreigde planten.

De meest blauwe soort is Anchusa italica, ook wel bekend onder de naam Anchusa azurea.
De soort komt voor in het Middellandse zeegebied en is in Nederland matig winterhard. Het is een vaste plant in het oorsprongsgebied maar in het Nederlandse klimaat is de soort op dit moment nog niet helemaal zeker wintervast. Het is mogelijk om de plant in niet al te strenge winters met vorstwerende maatregelen over te houden, maar de plant is het beste te behandelen als een kortlevende vaste plant die regelmatig via zaad opnieuw in de tuin gebracht moet worden.

Cultuur:
Anchusa is niet kieskeurig voor wat betreft de grondsoort maar is wel erg vochtgevoelig dus grond die liever iets aan de droge kant is heeft de voorkeur. De plant verlangt wél een zonnige standplaats. Vermenigvuldigen kan door het afhalen en uitplanten van grondscheuten of door zaaien.
Het vermeerderen via grondscheuten kan gebeuren in het voorjaar of de herfst. De herfst is de aangewezen periode voor de meer vochtgevoelige soorten als de prachtige A. italica, deze rotten meestal in de tweede winter weg in ons natte klimaat. Afdekken met takken tijdens vorstperiodes is aan te raden.
Vermeerderen via zaad gaat ook heel makkelijk en verdient voor A. italica wellicht de voorkeur.
Uitzaaien in mei-juni op een zaaibed in de volle grond, de zaailingen een keer verplanten en dan liefst in september op de definitieve plaats uitplanten.

meer

 

 

 

17
Sep
Plumeria: een kostbaar bezit - Blik op de Tuin no. 919
11
Sep
TOMATENOOGST