Groentips & Groeninfo

 

Plantensoortpresentatie special 2014, in 5 delen

Soort             : Kniphofia       Deel 2

Door              : Marcel de Wagt

 

Standplaats

De plaats in de border is sterk afhankelijk van het type tuin en kleurstelling. Kleinere cultivars passen in vrijwel elke border variërend van 'cottage' tot ultramodern en strak. De grote robuuste soorten passen fraai bij meer exotische beplantingen, denk hierbij aan Canna's. De opvallende grote pijlen kunnen ook prima solitair, als een soort herkenningspunt, gebruikt worden.

Soorten met bleekgroene, crème of lemon gele bloemen komen goed tot hun recht voor een grijzige achtergrond, zoals artemisia, blauwgrijze grassen etc.

Ik zie de Kniphofia graag in een tuin met veel grassen. Het minder aantrekkelijke blad van de vuurpijl valt dan niet op tussen de grassen. De stevige bloemen staan daardoor juist als een kleurrijke verrassing in de groene oase van grassen. Helaas heeft bladkleur en -vorm tot dusver geen belangstelling gehad bij de veredeling.

Tuinontwerper S. Hoekstra:

Kniphofia is een veel effect makende borderplant om twee redenen. Allereerst is er het grasachtige blad dat altijd contrasteert met alle borderplanten behalve de siergrassen en de Liriopes. Een plaats in de frontlijn van een bloemenborder is voor de lagere soorten ideaal. De hogere soorten zullen hun ideale plaats vinden achter de randplanten, de grasachtige habitus maakt de planten waardevol ook al bloeien ze niet. [...]
De oranjerode vuurpijlen doen het natuurlijk fantastisch naast geel, oranje of bruinrood bloeiende planten. Maak de Kniphofia groepen niet te groot, acht planten hebben al een voldoende impact.

Het geslacht Kniphofia

Het geslacht Kniphofia is vernoemd ter ere van het werk van Johannes Hieronymus Kniphof (1704-1763), professor in de medicijnen aan de Erfurt Universiteit in Duitsland.

Kniphofia rufa werd pas eind twintigste eeuw ontdekt tijdens een expeditie in Zuid-Afrika. Kniphof schreef een aantal boeken zoals Botanica in Originali en Herbaricum Vivum . Hierin opgenomen 1200 illustraties van gedroogde planten.

Eén van de illustraties betrof Aloë uvaria , deze werd vervolgens aan het geslacht Kniphofia toegevoegd.

Tussen 1870 en 1895 heeft Moench zich met het geslacht Kniphofia beziggehouden.

Het geslacht komt ook voor onder de naam Tritoma of Veltheimia.

Kniphofia's behoren tot de familie Asphodelacea en zijn dus nauw verwant aan de lelie.

Herkomst

Het geslacht vindt zijn oorsprong in het zuidelijke en oostelijke deel van het Afrikaanse continent. Eén specie komt voor op Madagaskar en één in Jemen. Verschillende botanisten hebben de species onderverdeeld (40-60 species). De planten komen voornamelijk voor aan de voet van bergen, bij voorkeur in vochtige omstandigheden zoals langs waterstromen, ruig grasland en stenige plaatsen.

Een Zuid-Afrikaans inheems plantenboek beschrijft de kenmerken als volgt:

'n polvormige, meerjarige plant met aantreklike lang bloeistele een groot, digte trosse vuurrooi lelieblommetjies.

 

De nectarrijke bloemen zijn ingericht voor 'vogelbestuiving'. In ons land gebeurt dit ook door bijen en andere insecten.


Kniphofia in Zuid-Afrika (foto: Pascal Jongen)

 

Wordt vervolgd ……

 

meer

 

 

 

14
Oct
ZOMERTEMPERATUUR in HERFST
14
Oct
Een opmerkelijke tuin - Blik op de Tuin no. 923