Groentips & Groeninfo

Tetrapanax papyrifer (Rijstpapierplant)

Tetrapanax papyrifer (Rijstpapierplant)


Door  : Jacques van Gerven
Tropische schoonheid met handleiding….

Enkele jaren geleden, ik was net begonnen mijn tuin om te vormen van wegberm naar siertuin, kreeg ik van een bevriende tuinliefhebber een zaailing. Hij was er erg trots op dat het hem gelukt was een 10-tal plantjes vanuit zaad op te trekken. De plant was nogal een lastpost bij vermeerdering door zaad.
Het was de rijstpapierplant. Een plant die je vanwege het blad aanplant in je tuin.
Ik kreeg de plant in het najaar en plantte hem in een deel van de tuin dat inmiddels onkruidvrij was gemaakt. De winter kwam de kleine zaailing moeiteloos door en hij begon stevig te groeien. Na 2 jaar bereikte hij een hoogte van bijna 2 meter en had diep ingesneden, min of meer handvormige bladeren van bijna 80 cm doorsnede. Een schitterende plant dus om een tuin snel een tropische uitstraling te geven.

Na die eerste 2 jaren zag ik echter her en der in de omringende border kleine plantjes van de Tetrapanax opkomen, en dat terwijl de plant slechts zeer zelden bloeit in Nederland en míjn exemplaar had zéker niet gebloeid.
Goede reden dus om maar eens op onderzoek uit te gaan wat voor schoonheid ik eigenlijk in de tuin had staan.

Tetrapanax behoort tot de familie van de Araliaceae of Klimopachtigen waartoe ook soorten als Aralia (Duivelswandelstok) en Hedera behoren.

In Nederland groeit de plant in een tijdsbestek van enkele jaren uit tot een forse bladverliezende sierheester maar in het gebied van herkomst (Zuid China en Taiwan) wordt het een kleine boom van 4-6 meter en is vaak zelfs bladhoudend.

In dat herkomstgebied wordt van de stam een soort van rijstpapier gemaakt. Hieraan dankt de plant dan ook zijn Nederlandse naam “Rijstpapierplant” of “Rijstpapierboom”.

Het blad kan ruim 1 meter doorsnee bereiken. Dergelijke grote bladeren zijn vaak meervoudig ingesneden en kunnen tot wel 11 lobben hebben.

In juli/augustus verschijnen er soms boven in de struik tweeslachtige witte bloemen die bestoven worden door bijen. Meestal gebeurt dit in Nederland echter pas wanneer de plant al langere tijd staat. Na de bloei verschijnen er in de herfst zwarte bessen die je kunt oogsten om te zaaien.

Tetrapanax is in Nederland goed winterhard, na de eerste vorst laat de plant het blad vallen en blijven alleen de kale stengels staan. Die stengels kunnen temperaturen tot -12 graden verdragen, bij nog strengere vorst kunne de stengels tot aan de grond invriezen maar in het voorjaar zal de plant weer snel uitlopen en na enkele jaren staat er weer een forse plant.

Wanneer je de plant en de groeiwijze wat nader bekijkt zie je dat er eerst een penwortel wordt gevormd voor de stabiliteit (geen luxe in een regio waar tyfoons voorkomen). Al vrij snel nadat de plant verankerd is gaat hij een netwerk van oppervlakkige vlezige wortels vormen op een diepte van ca. 20 cm.   
Volwassen bladeren zijn van boven glanzend groen, terwijl de onderzijde – net als de jonge bladeren en scheuten – een viltig bruin laagje hebben.
Deze zijdelingse wortels vormen ook meteen het lastigste punt van de plant.
Wanneer zo’n wortel een kleine beschadiging krijgt, bijvoorbeeld door schoffelen of door insectenvraat, dan vormt zich daar wortelopslag… Hierdoor kan de plant al snel een lastpost worden in de border! Het aanbrengen van een wortelbegrenzer rondom de jonge aanplant helpt flink wat overlast te voorkomen!! Een eenvoudige speciekuip waar de bodem uitgezaagd is volstaat om de plant in het gareel te houden.

Deze eigenschap van de plant geeft ook meteen de makkelijkste methode van vermeerdering aan: wortelstek.
Neem in het voorjaar een stuk van een horizontale wortel en verdeel dat in stukjes van een centimeter of 5. Stop elk stukje wortel in een plantpotje met potgrond of stekgrond - geef het water en houd het licht vochtig - en al na een paar weken zullen de eerste nieuwe plantjes tevoorschijn komen.

 

 

 

 

meer
Tetrapanax
17
Sep
Plumeria: een kostbaar bezit - Blik op de Tuin no. 919
11
Sep
TOMATENOOGST